vrijdag 2 november 2012

Valdés - versteende bossen (Argentinië)


We blijven een aantal dagen op Valdés, dat één groot park is, om te genieten van het mooie weer en de walvissen die we vanaf verschillende locaties bekijken. Als we ‘ s morgens de gordijnen open doen, zwemmen ze dicht voor de kust voorbij. Je zou ze bijna aan kunnen raken. We maken ook een rondje over het schiereiland. De uiterst zuidelijke punt is privé eigendom en  dus niet toegankelijk voor de gemiddelde toerist. Als je met voldoende flappen strooit kun je natuurlijk in het luxueuze hotel dat er staat. Dus de natuur is toch niet helemaal voor iedereen. Maar dat het nou zo erg is geloof ik niet want verder naar het noorden kijken we onze ogen uit naar zeeolifanten die bij bosjes op het strand liggen. We weten niet of we op deze plekken mogen komen maar er was ook niemand om het aan te vragen. Verderop waar “al” de toeristenbussen stopten waren ook nog wel zeeolifanten te zien maar de omgeving deed wat minder “natuurlijk” aan. Een parkwachter wees ons op drie orka’s vlak bij ons. Ze komen hier wel vaker maar het is ook weer niet zo dat ze er altijd zijn zoals de zeeolifanten en de zeeleeuwen.










Weer wat verderop was een kolonie pinguïns die wel voor onze camera wilde poseren. In deze tijd van het jaar leggen ze eieren en zitten in hun holletjes te broeden.

In het uiterste noorden van het schiereiland zijn wederom zeeolifanten te zien. Op de parkeerplaats kruipen een paar Picho Patagonico’s om onze auto heen en ook zij willen best even op de foto. Een foto lukt ons niet als we onderweg een paar mara’s de weg zien oversteken. Eerst wisten we niet wat het waren, het leken wel honden met een zwart jasje aan met een witte strook er onderaan. Ze waren zo groot als een flinke hond maar hadden wel een vreemde manier van lopen. Jammer dat we ze niet op de foto konden krijgen.. Of ze zeldzaam zijn weten we ook niet (ze komen alleen in Patagonië voor)  maar toen we later vertelden dat we ze gezien hadden waren we wel de enigen.

We zetten onze reis voort naar Rawson, Trelew en Gaiman. Het is een streek waar veel mensen uit Wales naar toe zijn geëmigreerd. Rawson heeft zichzelf ingebouwd in een vuilnisbelt en stelt niet veel voor. Trelew is een redelijk stadje waar we het paleontologisch museum bezoeken. Een mooie naam voor een museum over de evolutie en dinosaurussen die in deze streek hebben geleefd en waar bij diverse opgravingen resten van gevonden zijn. In Gaiman bezoeken we aansluitend het Bryn Gwyn park waar ook prehistorische vondsten zijn gedaan. Het is een aardig park met fikse wandeling naar de 125 meter hoge heuvel.





















In Punta Tombo bezoeken we de grootste benaderbare pinguïn kolonie van de wereld. Het is er nu al erg druk, hoe zal het er zijn als al de eieren zijn uitgebroed. Het moet er dan krioelen van de kleine wit zwarte “vogeltjes” Nu zit in elk geval de helft op een nest, dat ze in een klein holletje hebben gemaakt om toch enigszins beschutting tegen weer en wind te vinden.. Vrouwtje en mannetje broeden om beurten op de eieren, zodat de ander wat te eten kan gaan zoeken. Erg leuk om te zien maar mij wel iets te toeristisch.






















Hiervandaan gaan we naar de Cabo Dos Bahias. Ook een flinke pinguïn kolonie maar dan wel erg leuk. Wij zijn op dat moment de enige bezoekers. Het is niet alleen daarom leuker maar ook de omgeving is veel mooier en op een eilandje vlak bij liggen flink wat zeeleeuwen en zeeolifanten met ertussendoor de pinguïns.

Overnachten doen we een eindje buiten het park weer in de vrije natuur. Onze auto’s hebben een prima schutkleur voor het geval dat  iemand zich aan ons zou storen of iets ongewilds zou willen uithalen. We kamperen overigens meestal in de vrije natuur met af en toe een camping om de was te doen en te kunnen douchen. Ook koken doen we meestal zelf. Tot nu toe zijn we een keer uit eten geweest in een restaurant bij een hotel en dat was niet erg succesvol. Helaas, de traditionele “parrilla” hebben we nog steeds niet gehad, maar dat gaat nog wel komen.




Vanaf Cabo Dos Bahias gaan we naar Comodoro Rivadavia of eigenlijk naar de bijgelegen badplaats Rada Tilly. Hier blijven we een dag om de dynamo van Hennie zijn auto te laten repareren. Eerst nieuwe koolborstels erin gezet maar zonder het gewenste resultaat. Toen op aanraden van een specialist ook maar de regelaar vervangen en toen was de laadspanning weer op de juiste waarde.
























In de buurt van Sarmiento hebben we de eerste versteende wouden bezocht. We zijn erg onder de indruk. Allereerst van het landschap maar ook van het feit dat deze bomen zo’n 25 miljoen jaren oud zijn. We hadden gedacht om een kampeerplekje aan het meer Lago Colhue Huapi te vinden, maar erg veel was er niet meer over van het meer. Bijna leeg en het deed enkel nog dienst als overstort uit het Lago Musters. Dit meer heeft last van erg enthousiast irrigerende boeren. Kamperen deden we daarom maar op het terrein van  het YPF tankstation. Deze tankstations zien er keurig uit en hebben bijna altijd wifi en goede sanitaire voorzieningen. En in dit geval een grasveld waar we konden staan.






Cabo Blanco is onze volgende bestemming. We overnachten bij de vuurtoren. Erg mooi plekje maar wel veel wind, maar we zijn dan ook in Patagonië waar het altijd waait. Onderweg naar de vuurtoren hebben we geluk, we zien een Mara oftewel een pampahaas die bereid is voor onze camera te poseren. Ik heb Bernadette nog even de auto uitgestuurd om het beest een beetje omgedraaid te krijgen en zelfs dat lukte haar. Bij de vuurtoren moesten kormoranen zitten, we hebben ons suf gezocht maar helaas niets gevonden. Eigenlijk wisten we ook niet hoe ze eruit zagen. Wij dachten een soort reptiel, maar later bleek dat het vogels zijn en die hebben we in de buurt van Puerto Deseado wel gezien. Daar stonden ze op een bordje van het nationaal park. Van de vuurtoren wachter mochten we nog even een kijkje nemen boven in de vuurtoren. Prachtig uitzicht maar veel indrukwekkender was de wind om de toren heen. Bovenin bij de lamp waren wat ramen stuk en dat gaf het juiste effect.





Dat we in Patagonië zijn voelen we nu elke dag. Onderweg naar de volgende attractie waait het weer zo hard dat de snelheid van de auto aardig naar beneden gaat. Niet alleen omdat het veiliger is maar ook omdat ik wat pk’s te kort kom. Het tweede versteende woud dat we bezochten was om twee redenen veel spannender dan het eerste. Ten eerste stond er een stevige bries van 125km/uur en dat resulteerde zo ongeveer in een zandstorm. Ten tweede waren de bomen veel groter zowel in diameter als in lengte. Ook de omgeving was geweldig het had wel iets lugubers die grillige heuvels met het stof wat erdoorheen gejaagd werd.




                                                                                                            

3 opmerkingen:

  1. Hallo Ad en Bernadette,
    leuk dat wij jullie reis zo mooi kunnen mee beleven we zijn erg onder de indruk van alle mooie dingen die jullie zien we kijken alweer uit naar het volgende verhaal.

    groetjes van Reina en Hielke

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hoi Reina en Hielke,

    ja, we beleven elke dag wel weer wat nieuws en genieten met volle teugen, ook letterlijk .Het bier en de wijn smaken hier prima.
    Van de Nederlandse dagelijkse beslommeringen merken we hier niets. We doen hier gewoon wat we leuk vinden.
    Groeten Ad en Bernadette

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Hoi hoi,

    Wat maken jullie mooie dingen mee! Geeft wel een goed gevoel dan lijkt het net of jullie niet zo ver weg zijn! Heel veel groetjes van ons. Bart, Tea en heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel veel kusje van Kijn en Kluun

    BeantwoordenVerwijderen