maandag 18 februari 2013

Arica naar Calama (Chili)

Vanaf de grens met Bolivia gaat het bergafwaarts naar Arica . Het is zonnig en de weg is uitstekend en ook nog eens zeer de moeite waard. We rijden door sterk afwisselende landschappen. Onderweg kijken we nog even in het plaatsje Putre, maar dat stelt niet veel voor. Vlak voor Arica gaat de weg sterk dalen met een paar flinke haarspeldbochten. Vrachtwagens rijden hier erg langzaam. Waarom zien we onderweg wel, overal staan de vrachtautowrakken en soms liggen er containers op de berghellingen. Het gaat dus lang niet altijd goed. In Arica aangekomen vullen we onze voorraden weer aan omdat we schoon (ook hier geen vlees groente en fruit) de grens over moesten. We voegen ons weer bij Jo en Henny op het strand, omdat we die vanaf Sucre niet meer gezien hadden.




We willen naar Salar de Surire. Er wordt gezegd en geschreven dat het een moeilijke route is, dus willen we voldoende voorraad water en eten bij ons hebben voor als we vast komen te zitten. Eerst rijden we langs de geogliefen in San Miguel de Azapa. Vandaar nemen we een binnendoor weg naar de 11CH richting  Putre. We rijden over een cerro, oftewel bergkam. We hoeven niet te vertellen hoe mooi dit weer is. De weg is goed dus het is een fluitje van een cent en we korten de rit daarmee behoorlijk in. Bij Zapahuira gaan de het Laucca NP in, vervolgens rijden we door NP Las Vicuñas.  Als we het bord passeren zien we ook de eerste vicuñas. Ze horen tot de kamelensoort maar zien er heel anders uit. Het is de kleinste in dit soort. De wegen die we hebben gereden zijn goed te noemen. Onverhard maar verder goed onderhouden. Uiteindelijk komen we Salar de Surire. Op het laatste stuk hierin moeten we wel wat riviertjes door. Gelukkig is het niet diep. We gaan ons melden bij de politie, maar die doet niet moeilijk. Wel vertellen ze dat de weg vanaf de Salar naar het zuiden, malo malo is vanwege de vele regen. Ze denken dat we er niet door kunnen, maar een rondje rondom de Salar is geen probleem. De weg is redelijk te noemen maar er hangen donkere wolken boven de bergen. Het begint te sneeuwen en het is koud. Maar even later klaart het al weer op. We komen bij thermale baden, maar het ruikt hier erg naar rotte eieren en je moet zo snel mogelijk na het bad je helemaal goed afspoelen. Dat is hier dus even een probleem, want er zijn geen douches o.i.d. Alles puur natuur.  Ondertussen hebben we in het meer honderden, zo niet duizenden flamingo’s gespot. Ze zitten in 2 grote broedkolonies dicht bij elkaar. We kamperen hier bij het meer en we hebben een prachtig mooi uitzicht.


























Ook nu staat het ijs ’s morgens weer dik op de voorruit. Het heeft dus weer goed gevroren. Ondanks de waarschuwing van de politie gaan we verder naar het zuiden. Deze route voert weer door de bergen over Virgen del Carmen -  Isluga - Colchane. Onderweg worden we door de politie op motoren aangehouden. Ze willen weten waar we vandaan komen en waar we heen gaan. Als we hen dit verteld hebben en de paspoorten hebben laten zien wensen ze ons een goede reis toe. De controle zal wel zijn omdat we vlak langs de Boliviaanse grens rijden. De route die we gereden hebben zou volgens Reisevirus een moeilijk traject zijn. Daar merken we helemaal niks van, op een klein stukje na, waar je rustig moet rijden en goed op moet letten. We moesten verschillende beekjes door maar daar lagen op de bodem cementplaten en waren ondiep. Stelde dus ook niks voor. Wel kom je er verder geen ander verkeer tegen. Omdat we vroeg in Colchane zijn besluiten we een omweg te maken via Huara. Daar in de buurt  ligt voor zover bekend de grootste geoglyf .  We hebben hem bekeken. Hij was mooi, maar om daar zo’n eind voor om te rijden?? Omdat we toch weer in de bewoonde wereld zijn vullen we de voorraden maar weer eens aan. We steken de Atacama woestijn weer over en gaan omhoog naar het Nationaal Park Salar de Huasco. Dit betekent van ongeveer 1000 meter weer naar een hoogte van boven de 4000 meter. Arme Toyota, zwarte witte en blauwe rook uit de uitlaat en maar hoesten en proesten. Nee, hij vindt het echt niet leuk. Gelukkig weten we dat als hij weer op de begane grond is, nergens last meer van heeft. Als we over een heuveltop komen ligt het zoutmeer met de zoutvlakte onder ons, werkelijk prachtig. Er is hier een uitzicht punt om foto’s te maken, maar daar kun je natuurlijk ook schitterend overnachten.





We zijn van plan om een rondje om het meer te rijden, maar de weg is zo slecht, dat we besluiten om door te rijden tot de grote weg naar Ujina. Dat is ”maar” 6 km. Achteraf gezien hadden we beter de zandweg terug kunnen rijden. Die was 11 km. lang maar heel goed berijdbaar. Nu rijden we over een rotsachtige ondergrond bezaaid met keien en grote stenen. Hobbel de bobbel. Vanaf de splitsing bij de verharde weg gaat het fantastisch. Dan komen we bij Pircas de Copasa. Daar staat een slagboom op de verharde weg. Ernaast ligt een onverharde weg. Ondanks dat we proberen de man bij de slagboom over te halen ons er door te laten ( de weg ernaast is immers muy malo) blijft hij onverbiddelijk. Zijn weg is alleen voor mensen die echt bij de mijn moeten zijn.  Dus gaat het verder over een verschrikkelijk slechte weg, die verhard is met zout. Onderweg natuurlijk wel weer de mooie omgeving. Het laatste stuk rijden we langs een oude spoorbaan. Het stationsbord van Yuma staat nog fier overeind, maar de gebouwen zijn helemaal vervallen. Ook van de weg is niet veel meer over, hier en daar bijna helemaal geen weg meer, dus banen we ons een weg tussen de rotsblokken door. Dat blijft zo tot plm. 25 km. voor Ollagüe, de grensplaats tussen Chili en Bolivia. Hier gaan we overnachten op de veilige plaats tijdens vulkaan uitbarstingen. Deze veilige plaatsen staan aangegeven op borden.

De volgende dag gaan we verder naar het zuiden en komen door een gebied met overal om ons heen vulkanen. Een prachtig gezicht al die witte krater toppen met hier en daar zelfs een rookpluimpje. We komen weer langs verschillende zoutmeren, maar die zien er niet uit. Boosdoeners zijn waarschijnlijk de mijnen die hun afval er zo in laten lopen. Vooral  salar Carcote  zag er smerig uit. Helemaal donkergrijs van de prut. Ook het volgende zoutmeer zag er niet erg fris uit. En dat terwijl en bij zoutmeer Huasco vermeld staat dat ze er zuinig op zijn omdat de trekvogels en de mensen in de directe omgeving er van afhankelijk zijn. Maar ja, zoals overal moet er wel brood op de plank komen.  Het beloofde tankstation bij San Pedro is ook nergens te bekennen, maar gelukkig hebben we nog meer dan voldoende diesel tot aan Calama. Bij Lasana, een duizend jaar oud vestigingsstadje rijden we de oase in om de petroglyphen te gaan zoeken. Volgens onze reisgids van Footprint zouden ze makkelijk te vinden zijn??? Gelukkig staan er bordjes bij, anders dan rijdt je deze oude kunstwerkjes zo voorbij.  We steken ook nog even de weg over naar oase Chiu Chiu, een van de oudste vestigingsplaatsjes van de Spanjaarden hier. Ook is hier vlakbij de ruïne van een oud pré-Incafort. Dan gaat het weer verder door de woestijn. Droog en kaal. En het wordt meteen een stuk warmer. In Calama gaan we op camping Extracción staan om al die zandkorrels eens goed van ons af te spoelen.









1 opmerking:

  1. Wat weer een mooie beschrijving van jullie reis deze keer wel heel snel achter elkaar ik had nog niet de tijd om op het vorige verslag te reageren of er was tot onze verbazing al weer een nieuwe, maar dat is alleen maar leuk, we proberen jullie route te volgen via google en krijgen zo een beeld waar jullie zo rond crossen, en samen met de foto’en de mooie muziek er bij genieten wij ook van deze reis.

    Gr.Reina en Hielke

    BeantwoordenVerwijderen