donderdag 28 februari 2013

Paso de Jama, Salta (Chili-Argentinië)

Een eind voor San Pedro zien we dat het er nog niet zo lang geleden hevig geregend moet hebben. Mensen zijn druk bezig de weg schoon te maken en hier en daar is er zelfs een flink stuk weg de helling afgeschoven. De vangrail hangt een beetje in het luchtledige. Als we San Pedro in lopen schrikken we toch wel een beetje. De regen heeft ook hier huis gehouden. Heel veel van de witte gepleisterde huisjes is aan de buitenkant bruin van de kleidaken. Maar het ergste vind ik wel de kerk op het plein. Toen we er de vorige keer waren, was de restauratie van het dak en de muren volop in gang. Maar ook hier zijn de bruine kliederstrepen goed zichtbaar. We overnachten weer op ons plekje een einde buiten het plaatsje verscholen tussen de bomen.

























De volgende ochtend vertrekken we richting Argentinië na de douane zaken in San Pedro afgewerkt te hebben. De pas is in totaal ruim 4800 m hoog. Hij is niet erg stijl, maar wel lang. Een stukje voor de afslag naar Bolivia passeren we 3 fietsers. Een begint te zwaaien en we stoppen. Deze fietser hebben we ook ontmoet op de carretera Austral. De regen viel toen met bakken uit de hemel. Nu schijnt het zonnetje. Maar het is een zware klim, omdat hij zo langzaam omhoog gaat. Zij gaan Bolivia in en wij rijden door naar Argentinië. De grenspost is nu voortaan in Jama net voorbij de grens bovenaan. Gelukkig, nu hoeven we niet eerst naar Susques. Dat scheelt zo ongeveer 100 km. We besluiten eerst naar naar Viaducto de la Polvorilla te gaan en wel via de kortste weg. Deze weg gaat langs een gedeelte van de Salar de Olaroz en de Salar de Cauchan. De kleuren van het landschap zijn  overweldigend. Ze variëren van zalmkleur naar diep wijnrood. Het eerste stuk van de weg is uitstekend, maar dan komt er toch een stuk waar Bernadette haar tenen krom in haar schoenen heeft staan. Spleten in de weg van zo’n halve meter breed en ook diep. Daarna een stuk waar we door de zoutmodder moeten. Nee, leuk is anders. Volgens de landkaart moeten we in verschillende dorpjes komen, maar we vinden er maar een: Olacapato Grande. Nou, dan wil ik Olacapate Chico (klein) wel eens zien. Dat laatste dorp vinden we dus ook niet en in het grote kunnen we geen winkeltje ontdekken dat open is. De mensen van het dorp zwaaien wel allemaal naar ons. Nu gaan we op weg naar naar Viaducto de la Polvorilla, een onderdeel van de treinroute van Salta naar Socompa aan de grens met Chili, het wordt ook wel de tren de las nubes genoemd (de trein naar de wolken).  Deze treinroute werd in 1948 afgemaakt. Het viaduct van Polvorilla is het hoogste viaduct op deze route en is 63 m. hoog en 224 m. lang en ligt op een hoogte van ruim 4300 meter. Aan dit hele meesterstuk, het Trans- Andes spoor, is 27 jaar gebouwd. Ook Tito heeft er nog aan gewerkt. Hier slaan we voor vannacht ons kamp op.






Na het viaduct bekeken en uitgebreid gefotografeerd te hebben vertrekken we richting Salta. Onderweg treffen we een Frans echtpaar, ze vertellen ons dat wegnr. 40 geblokkeerd is. Waarom weten ze niet precies. Als we bij de splitsing aankomen staat er inderdaad een bord met verboden in te rijden i.v.m. sneeuw. We komen in Santa Rosa de Tastil. Bij deze plaats is in 1903 een 12 hectare grote nederzetting van voor het Incatijdperk ontdekt. Sinds 1967 worden er opgravingen gedaan. Vele voorwerpen zij in een klein museum ondergebracht. Het complex kan je bezoeken. Het is wel een tippel van 40 minuten voor je bij het complex aan komt. We overnachten op een parkeerplaats in het dorp. 
Het museum in het dorp geeft een mooi overzicht van de bevolking die hier eeuwen geleden woonde. Alleen jammer, dat alles alleen in het Spaans is. Daarna gaan we naar de reconstructie van het betreffende dorp kijken. Er is een lange en een korte route. We beginnen maar met de korte route, samen met een 6-tal andere toeristen. Bij de splitsing lange en korte route gaan we toch voor de lange. Lang, nou ja. Het is apart om in een eeuwenoud dorp te lopen, waar toch zo’n 3500 mensen gewoond hebben. Door de reconstructie kun je je toch een aardig beeld vormen van het dorp. Wel moeten we alles zelf aankaarten bij de gids. Hij is niet zo spraakzaam. Bij de andere toeristen is 1 persoon die een beetje Engels spreekt. Hij kan het aardig vertalen. Wat wel opvalt dat Ad en ik de enige zijn die vragen hebben. Want wat zien we hier eigenlijk en hoe oud is het??? De rest van het groepje heeft meer belangstelling voor een leuk fotootje met op de achtergrond een reuzencactus. Na afloop vervolgen we onze route over de 51. Deze voert ons door een speciaal gebied. Bij bijna elk huisje staan zonnecollectoren. Zeker een project van het een of ander. We hebben het niet eerder gezien. De hellingen van de bergen staan bezaaid met hele grote kandelaar-cactussen. Ze zijn zo’n 200 jaar oud en groeien plm. een halve meter per jaar. De vruchten ervan kun je eten en zijn lekker zoet. De erosie heeft ook hier mooi werk afgeleverd. We komen door de kloof Quebrada del Toro. Hier een daar is de weg wel heel erg smal. De kloof eindigt in de plaats Campo Quijana. En wat er dan gebeurt…. We komen in een keer in een hele andere wereld. Spaans, groen, warm, vlak en benauwd. De overgang is moeilijk in je hoofd te verwerken. Een zo snelle overgang van bergen met kleine dorpjes en boerderijtjes naar een veel modernere omgeving.





In Salta kunnen we weer inkopen doen in een enorme supermarkt waar werkelijk alles te koop is van Cola, bier, groente, TV’s tot nieuwe auto,s aan toe. Eerst kamperen we een eind voor de stad maar daar is te veel lawaai. De volgende dag dan maar naar de camping in het centrum. Volgens info een camping met een groot zwembad, veel schaduw en ontmoetingsplek voor overlanders. Het ziet er goed uit en we boeken voor een nacht. Inderdaad staan er ook nog 2 Franse campers. Die hebben we ook al in San Pedero de Atacama gezien. Als we op het punt staan om de stad in te gaan, sms-en Jo en Henny dat ze vlak bij de stad zijn en willen weten waar wij staan. We gaan gezamenlijk met de taxi naar de stad, kosten plm. 20,00  Argentijnse pesos. We lopen een beetje rond in de buurt van de Plaza. Hele mooie Spaans uitziende gebouwen. Daarin terrasjes en eethuisjes. Er boven vaak een museum. Ook staat er een kathedraal, suikerspin-kleurig, maar binnen is het pracht en praal. Barokke uitstraling en een altaar met een monstrans, zo groot heb ik dat nog nooit gezien. Naast de kerk ligt ook nog een mooi gebouw, het aartsbisschoppelijk paleis Aan de andere kant van het plein het huidige raadhuis, een in 1783 gereconstrueerd gebouw met zo,n dertig bogen. Erg mooi. Ook lopen we nog even naar Iglesia San Francisco. Wat moet Salta een rijke plaats geweest zijn. We eten wat in een restaurantje en dan gaan we terug naar de camping.  Vannacht zijn we weer goed uit de slaap gehouden. Eerst staat er een idiote campinggast na gebruik van alcohol en misschien ook nog wel drugs te schreeuwen. En om 11.00 uur begint het feest pas goed. Net achter de camping barst een dansfestijn  lost. De muziek gaat door tot plm. 5.00 uur in de ochtend.









Omdat de accu’s niet allebei meer even goed zijn, willen we nieuwe gaan kopen. Jammer genoeg net te laat, want de auto wil niet starten. Gelukkig mogen we de accu van Jo en Henny lenen en kunnen we op pad. Na verschillende adressen bezocht te hebben gaan we bij Libertad Supermercado 2 Varta accu’s kopen. Je moet ze er zelf in zetten. Dat is dus geen probleem. Maar we moeten de oude dingen ook kwijt. Vanmorgen zijn we bij iemand geweest die die oude dingen opkoopt voor 2 pesos per kilo. Natuurlijk is die inmiddels gesloten. We zetten de slechtste voor de deur. De andere, die het nog redelijk goed doet geven we aan iemand die er toevallig in de buurt staat. En die is er blij mee. Omdat het moeilijk parkeren is in het centrum zetten we de auto weer op de camping. We gaan naar het M.A.A.M. museum aan de Plaza. Het geeft een overzicht van de opgravingen van 3 mummies op de ……..vulkaan. Het zijn een 14- en een 8- jarig meisje en een jongetje van 6. Waarschijnlijk zijn ze door de Inca’s gebruikt als offer aan de goden. Eerst flink alcohol gevoerd, op het oudste meisje waren ook sporen van cocabladeren en toen naar de top van de vulkaan gebracht. Ze zijn daar door bevriezing om het leven gekomen. Al met al hartstikke zielig, interessant een ook luguber.
Vannacht was het weer feest. Dit keer nog harder en langer dan gisteren. Zelfs Ad kon er niet van slapen, en dat wil wat zeggen. Het is nu zondag en andere gasten zeggen dat het komende nacht wel geen feest zal zijn. Morgen moeten iedereen immers werken. We gaan naar de receptie maar die doen een beetje vaag dus houden wij het hier voor gezien. Op het programma staat het Fuerte de Cobos. Het is het oudst bewaard gebleven  haciëndagebouw van deze regio. Dit is een gebouw met hele dikke adobe muren en bovenin een verdieping waar ze het hele gebied konden overzien. Zo konden ze tijdig de indianen-aanvallen aan zien komen. Het is een eenvoudig gebouw met er omheen een muur van modderstenen. Er staan mooie bomen en we besluiten dit tot onze kampeerplaats van vandaag te maken. Het is er lekker rustig. Er is een echtpaar een het grillen. En die kunnen het. Mooi klein vuurtje en ze leggen er 3 flinke stukken vlees op. Wat later komen er nog wat mensen en een ervan vertelt dat we beslist naar het nationale park El Rey moeten. Het is daar ‘zóóóó mooi. Dus dat gaan we dan morgen maar eens zelf bekijken. Intussen is het hier wel smoorheet en benauwd. In de camper is het 38 graden.






Vannacht zijn we getrakteerd door hevige onweer en bliksem. De bui bleef maar hangen. Gelukkig was het ’s morgens droog en konden we op weg. Van Cobos  naar General Güemes en daar de tolweg op, eerst de 9 op, die verandert in de 34, beetje een saaie weg. Bij Lumbreras linksaf ri. Las Viboras en vlak daarachter ri. Parque El Rey aangehouden. De omgeving is hier wel erg groen en her en der zijn velden met sojabonen. Er staan nog verschillende estancia’s, maar die kun je bijna niet zien. Ook komen we langs een camping. Het hoofdgebouw ziet er een beetje vreemd uit. Er is ook niemand te zien. De weg is redelijk, klei verhard met keien. Hier en daar is het wat glibberig en we moeten door 2 rivieren en een paar grote plassen rijden. Het water in de eerste rivier stroomt behoorlijk en we weten ook niet hoe diep de overtocht is. Er komt een plaatselijke bewoner en die zegt: als je 2 uur wacht dan kun je erdoor.”  Ad loopt door de rivier om te kijken hoe diep het is. Het water komt tot boven z’n knieën.  Als we staan te overleggen wat we zullen doen komt er een Toyota Hi-lux aan en  die gaat met vol gas er door.  Wel houdt hij rechts aan. Dat kunnen wij dan dus ook, alleen doet Ad het wat rustiger aan. Het water komt nog  net niet tot de treeplank. We rijden verder en komen nog langs een estancia. Er ligt een boom over de weg, maar iedereen kan er net langs. Een eindje verder hetzelfde liedje. Het heeft hier vannacht zeker ook goed tekeer gegaan. En dat zullen we merken. De stenen die op het eerste stuk de klei bij elkaar hield en verhardde zijn hier verdwenen. Na een kilometer of wat begint de auto te schuiven en er is geen houden meer aan. We belanden in de greppel. Daar hangt onze Toyota dan schuin in de greppelwand. We kunnen hem met geen mogelijkheid omhoog rijden. Hij krijgt geen grip. Het profiel zit meteen vol met klei. Tsja, wat nu? Hier staan we in the middle of nowhere. We proberen het nog met keien voor de wielen, maar die worden meteen in de grond gedrukt. Dan de rijplaten maar. Die bieden ook geen soelaas. Als laatste redmiddel hebben we nog een handlier. De kabels binden we aan een  boom. Nu maar gassen dus. Helaas, helaas. Er komt een boer eens kijken wat er toch aan de hand is. Hij heeft een grote machete in de hand maar ziet er niet gevaarlijk uit. Hij steekt zelfs de handen uit de mouwen. Keien ervoor, lieren, niks helpt. De lier zit helemaal onder de klei en is niet herkenbaar meer. Wel stelt de boer nog een venijnig vraagje: ”Heeft het in Salta niet geregend vannacht?”  M.a.w., jullie hadden toch kunnen weten dat het hier dan spekglad is. Dan is er nog maar een  nog een oplossing. Bernadette moet achter het stuur en de heren geven aanwijzingen hoe de wielen moeten staan. Eerst nog een paar flinke dikke boomtakken voor de voorwielen en dan vol gas vooruit. En zowaar, dit gaat beter. Wel ploegen we met een kant van de auto de  hele bermkant om.  Uiteindelijk komen we op een stuk waar de bermkant maar heel laag is en kan de auto zich eruit trekken. Al met al zo’n 2 ½ uur ploeteren. We pakken de boel allemaal in plastic zakken, bedanken uiteraard onze hulp heel hartelijk en rijden terug naar de eerste rivieroversteek. Daar wacht nog een leuke klus. Alles moet schoon gemaakt worden en dat kost ook nog wel even tijd, want die rotzooi is zo taai als wat. Het stikt er van de steekbeestjes en we zitten onder de jeukbulten. We blijven hier maar overnachten en houden het park voor gezien. Volgens de boer was er trouwens niet veel méér te zien dan op het stuk waar we vast zaten. Maar een ding is duidelijk: die Toyota is zo sterk als wat. Hier een daar een klein krasje en verder niks te zien.










1 opmerking:

  1. Ad en Bernadette,
    Hier zaten we natuurlijk op te wachten dit hoort er ook bij als je een dergelijke avontuurlijke reis gaat maken
    Niet alleen maar bezienswaardigheden, leuke dorpjes musea en kleurrijke mensen maar ook zwoegen in de modder, en met jullie mooie verslag en leuke beelden genieten wij weer mee van jullie reis.
    wij kijken alweer uit naar het volgende verslag.
    Groet van Hielke en Reina

    BeantwoordenVerwijderen