dinsdag 12 maart 2013

Salta, Cachi via Lago de los Pozuelos en Abra del Acay (Argentinië)

Na ons avontuur in de modder van Parque National del Rey gaan we weer naar Salta waar we ons weer bij Jo en Henny aansluiten. We blijven er nog een paar dagen in Salta omdat de noodreparatie van het dakluik van Jo en Henny is gaan lekken tijdens de hevige regenval. Daarna vertrekken we gezamenlijk naar het Parque National de Galilegua. Het is een jungleachtig park dat erg groen is natuurlijk wat vochtig en erg warm. Veel muggen dus en we waren al bont en blauw gestoken. We mogen gratis kamperen bij de ingang van het park en volgens de parkopzichter zitten er ook Jaguars. Deze zijn alleen ‘s nachts op pad en het gaat natuurlijk net als met de poema’s, we krijgen ze niet te zien. Het park is leuk om er doorheen te rijden maar de boswandeling die we gedaan hebben stelde niet veel voor. We hebben wel het gewroet van de miereneters gezien maar de beesten zelf niet. 


 
 



Na het bezoek aan het park splitsen we ons weer en gaan wij naar Finca El Bordo De Las Lanzas een heel oude finca (estancia) die geheel is gerestaureerd en is ingericht om als toerist te overnachten. De finca zelf is 2500 ha groot en er horen nog enkele andere boerderijen bij die in eigendom zijn van de familie Aria. We lunchen er en hebben een aardig gesprek met de eigenares en haar zwager. Eigenlijk eerst met haar zwager die dierenarts is en een aardige kijk op de wereld heeft. Als de eigenares (het familielid dat verantwoordelijk is voor het toeristische deel van de finca) om de hoek komt en bij ons komt zitten verdwijnt de aardige man. Het huis  is ingericht als een museum over het wel en wee van de vorige bewoners (de familie Aria dus) en geeft een aardig beeld hoe het er in de koloniale tijden er aan toe ging. Ook de inrichting van de kamers was keurig in de stijl van de oude finca. We werden uiteraard uitgenodigd wat langer te blijven maar in het boekje van de ANWB over Argentinië stonden prijzen van 6 jaar geleden van 150 dollar per nacht, dat doen we dus maar niet. Voor dat we vertrekken rijden we nog even een stukje over het terrein van het landgoed, maar dat geeft niet veel anders te zien als we overal in deze omgeving al gezien hadden. Alleen het idee dat het allemaal aan een familie toe behoort is wel indrukwekkend. We sluiten ons na dit bezoek weer aan bij Jo en Henny die op de camping in Yala staan.
























De volgende dag gaan we naar Purmamarca. Dit was vroeger een rustplaats van de Inca’s. Het ligt voor heuvels met 7 verschillende kleuren. En dat is geweldig om te zien. Maar van de oude rustplaats is weinig meer te merken. Het dorp is flink uit de kluiten gewassen. Maar echt, het is smaakvol gedaan. Alle gebouwen passen in de omgeving. We rijden vanaf dit plaatsje nog een eind door de mooie kloof tot aan Salinos Grandes. In tegenstelling tot de salar de Uyuni in Bolivia is dit zoutmeer wel helemaal wit van het zout, doet inderdaad zeer aan de ogen. Op de terugweg komen we Jo en Henny weer tegen die naar Susques doorrijden. Wij gaan door naar Hornillos waar een museum in een oude postkoetshalte is. Als we aankomen is het hek nog open maar er is niemand te zien. We gaan maar gewoon naar binnen en parkeren op een leuk plaatsje om te overnachten. Na een tijdje komt er iemand met een paard dat hij daar stalt. Ik vraag hem netjes of ik er mag kamperen en hij heeft geen probleem hiermee, heeft er waarschijnlijk ook niks over te zeggen. Wel zegt hij dat hij de poort moet afsluiten. De volgende morgen als de museumbeheerder komt is deze niet blij dat we er staan. Maar ja de nacht is voorbij en wij hebben lekker geslapen .Postkoetshaltes zijn er immers om te overnachten.  Het museum was mooi en gaf een goed overzicht hoe het in het begin van de koloniale tijd in deze omgeving was en hoe de kolonisten hier huisgehouden hebben.









Vanaf Hornillos gaan we via Humahuaca en Tres Cruces naar het park de los Pozuelos. In Tres Cruc es zijn er mooie kleuren in de bergen te bewonderen. In het park overnachten we bij het huisje van de parkwachter. De volgende ochtend willen we naar het meer rijden maar dat lukt ons niet omdat de weg te slecht wordt. Om weer in de modder te blijven steken en dan ook nog eens in zoute modder leek ons geen goed idee.








Vanaf het meer gaan we op zoek naar de RN 40. Hier hoeven we geen spijt van te hebben het is prachtig. Het laatste stuk naar Susques begint het erg donker te kijken om ons heen en we verwachten flink wat regen. De wegen zijn weer van de bekende klei en dus na een buitje onbegaanbaar. Dat was dus nog even billenknijpen tot Susques. Gelukkig ging het allemaal net goed en na een stevige wind verdween de bui ook. We overnachten achter een restaurant. De volgende morgen is het droog en het blijkt niet al te veel te hebben geregend. We besluiten de RN 40 te blijven volgen tot San Antonio de los Cobres. Het eerste stuk is niet echt interessant het laatste des te meer, hoewel de weg daar wel erg slecht is. Het stuk naar het viaducto de la Polvorilla was eigenlijk geen weg maar een spoor door de rivier. Goed dat we 4x4 hadden anders was het vast niet gelukt. We komen nu weer op het punt waar vorige keer de RN 40 gesloten was door sneeuwval. Het bord was nu weg dus…. doen we het of doen we het niet. Wel moeten we de hoogste bergpas ter wereld over volgens het ANWB boekje. Nou nu we er toch zijn, en deze kans krijgen we maar een keer, en we kunnen altijd nog omkeren, doen we het. En het is zeer de moeite waard en niet alleen omdat het de hoogste voor auto’s begaanbare pas is (op mijn GPS 4984 meter) maar ook omdat hij mooi is en soms pittig. De beklimming viel eigenlijk wel mee maar de afdaling was smal, steil en met hele diepe ravijnen en door flink wat riviertjes. Wat mij betreft tot nu toe de beste, spectaculairste en spannendste weg die weg gehad hebben.









Na onderweg nog een keer vrij gekampeerd te hebben gaan we naar Cachi. Dit is een leuk plaatsje, wel wat toeristisch maar niet te. We overnachten hier een eind de kloof in waar volgens onze GPS een camping is . Dat klopt al moet je er wel een rare oversteek maken door de rivier die snel stroomt. Hierdoor is het er erg rustig en blijven we dus een extra dagje staan. Er zijn geen voorzieningen maar het kost ook niks. Wel natuurlijk de waterstand van het riviertje in de gaten houden want we kunnen alleen dezelfde weg terug.









3 opmerkingen:

  1. Hoi Ad & Bernadette,fijn om weer iets van jullie te lezen ,al zijn er deze keer geen beelden bij kunnen we ons wel een beetje voorstellen hoe jullie daar hobbelen over die smalle slechte wegen,ik hoop niet dat de camera het heeft begeven want we kijken nu alweer uit naar het volgende verslag met beeld en mooie muziek.gr.H&R

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Niet zo ongeduldig Hielke. We kunnen hier niet overal internetten en soms is het zo traag dat het filmpje niet lukt. We vinden het overigens wel erg leuk dat jullie ons zo fanatiek volgen.

      Verwijderen
    2. Sorry, dat we zo ongeduldig waren, wij hadden ons bij gebrek aan een filmpje van jullie er zelf beelden bij gevormd maar die waren lang niet zo mooi als de werkelijkheid, ook die luxe gedekte tafel hadden wij er niet bij.Gr.H&R

      Verwijderen