dinsdag 17 juni 2014

Van Canada naar Alaska Prudhoe Bay (Canada-USA)

We did it, yes we did it. We zijn inderdaad van het uiterste zuiden (Usuaia Argentinië) naar het uiterste noorden gereden (Prudhoe Bay Alaska)
Op onze weg door Canada brengen we een bezoekje aan het goldrush plaatsje Bakerville. Het stadje is aardig gebleven zoals het aan het begin van de vorige eeuw ook was. Zelf de straatjes waren net zo modderig als toen. In de diverse winkeltjes saloons en kerk waren vrijwillige artiesten die zich voordeden alsof ze nog steeds in de 20e eeuw leefden.





Vanaf Prince George nemen we de Cassiar Highway. We hadden gehoord dat die erg mooi is en dat klopt. We maken een afsteker naar Steward waar we ook onze eerste grensoversteek maken naar Alaska naar het gehucht Hyder. Vanuit Hyder kun je niet verder Alaska in rijden enkel naar een creek waar, wanneer er zalm zit, vele beren grizzly ’s en zwarte beren vissen. Om dat te zien zijn we een paar maanden te vroeg. We proberen nog naar een gletsjer door te rijden maar er ligt nog zoveel sneeuw dat we na 10 meter al vast zitten. Het weer zit erg mee, het is mooi en echt niet saai naar het noorden over de Cassier Highway.


Gletsjer onderweg naar Steward





















Via de Alaska Highway gaan we bij Jake’s corner weer zuidelijk naar Skagway. Bij de Amerikaanse (Alaska) grens moeten we moeten de White Pass over. Helaas is het regenachtig en dus kunnen we niet optimaal van de weer prachtige route genieten. Deze pas was overigens de moeilijkste horde voor de duizenden goudzoekers die destijds vanuit Skagway naar de Klondike goudmijnen bij Dawson City trokken. Velen haalden deze pas niet omdat hij in de winter overgestoken moest worden om in de zomer goud te kunnen zoeken. Skagway is nu een toeristenplaatsje waar ook vele grote cruise schepen aanmeren. Toen wij er waren lag er ook de Volendam van de Holland Amerika lijn.




Jammer dat het weer slecht was
Sneeuwboor voor op de trein

Plaatselijk bordeel





















Wij gaan met de veerboot van Skagway naar Haines. Een tochtje van een uur. Vanuit Haines gaan we weer terug naar het noorden naar de Alaska Highway. Dus eerst weer een keer de grens met Canada over om uiteindelijk na een paar honderd miles weer over te steken naar Alaska. (U volgt het nog een beetje?)
Bij Tok slaan we af naar Anchorage de grootste stad van Alaska met ruim 250.000 inwoners. Hier laat ik weer 2 nieuwe banden monteren. Weer veel goedkoper dan in Nederland. Ook bestel ik bij de Toyota garage een nieuwe distributieriem omdat die vervangen moet worden. Uiteraard hebben ze die niet op voorraad omdat er ook in Alaska geen Landcruisers HZJ 75 rijden. Wel zijn ook hier de mensen weer erg enthousiast over onze auto. Omdat we nog een paar dagen naar het Kenai Penninsula gaan hoeven we niet te wachten op de onderdelen maar kunnen ze gewoon op de terugweg oppikken. De prijzen vallen hier erg mee zowel van de auto onderdelen als va de boodschappen. We hadden het veel duurder verwacht.
We gaan via de Seward Highway naar Seward. Landschappelijk zeer de moeite waard. Seward viel ons wat tegen, had wel wat van Skagway maar dan minder leuk. We gaan terug naar de andere kant van het schiereiland naar de plaats Homer. Onderweg doen we het plaatsje Kenai aan. In Kenai zijn de Russische invloeden nog zichtbaar. Alaska is immers lange tijd Russisch grondgebied geweest tot  in 1867  de Tsaar het voor 7,2 miljoen dollar verkocht aan de Amerikanen. In Homer loopt een soort pier een heel eind de zee in met vele toeristische activiteiten. Wat ons hier opvalt zijn de vele kleine vliegtuigjes die er staan, later zien we die door heel Alaska. Bijna elk dorp of gehucht heeft wel een vliegstrip. En als die er niet is landen ze met een soort skies op het water. Op de terugweg naar Anchorage zien we bij  het plaatsje Ninilchik heel veel Bold Eagels met de mooie witte koppen. In dit plaatsje staat ook nog een mooi oud Russich orthodox kerkje.  Vlak voor Anchorage bezoeken we nog een opvangcentrum voor wilde dieren. Tevens is er een programma opgestart ter herintroductie van de bizons. Hier kunnen we nog wat dieren fotograferen die we tot dan toe niet in het wild gezien hadden zoals de musk-ox en de bizons.











Bison
Musk-ox









Onderweg naar het Denali-park verwissel ik de in Anchorage opgepikte distributieriem. Het Denali National Park and Reserve is het grootste nationaal park van Alaska. Na een beetje goochelen met entree en kampeerkaartjes kunnen we 3 nachten kamperen en 3 dagen met de shuttlebus voor $ 122. Dat valt nog wel mee. De eerste dag gaan we tot Eielson. Het weer zit niet mee, het sneeuwt flink, hoewel de buschauffeur van een sneeuwstorm spreekt. Dat hebben we wel heftiger meegemaakt. Wel zien we al veel wild zoals de Moose, Dall sheep, Caribou en natuurlijk de Grizzlyberen. Wel een beetje frisjes als we de bus uit konden. De volgende dag zijn we naar het Wonderlake gegaan. We hadden dat gepland naar aanleiding van de weerberichten en die klopten dus. Prachtige dag met strak blauwe luchten en dat terwijl het de vorige dag stevig sneeuwde. Dezelfde dieren als de vorige dag lieten zich weer zien en er kwamen nog twee rode vossen bij. Wat we niet te zien kregen waren de wolven. Niet zo gek als je bedenkt dat er nog maar 40 in het park zijn en het park 6 miljoen acres groot is.




Dall heep in de sneeuw
Een dag later geen sneeuw meer te zien


Caribou
Moose





















Vanaf het park nemen we de Denali Highway naar Fairbanks. Een heel mooie route die goed berijdbaar is, al is het wel gravel. Een must als je in Alaska bent.
In Fairbanks doen we wat inkopen om naar het hoge noorden te gaan. Weer vallen ons de prijzen niet tegen. Diesel is wel wat duurder maar nog steeds onder de euro per liter. 






We gaan via de Dalton Highway naar Prudhoe Bay een kleine 800 kilometer enkele reis. De weg is gedeeltelijk geasfalteerd en het overige deel is gravel of iets wat er op lijkt. Best wel goed eigenlijk alleen op plaatsen waar eraan gewerkt werd erg veel modder. De auto ziet er dan ook geweldig uit, zie foto. In anderhalve dag rijden we erheen. De weg is aangelegd voor de olieindustrie en wordt daarom het gehele jaar open gehouden. In de winter maken ze er een ijsweg van door met tankauto’s er een ijslaag overheen te maken. De auto’s worden dan voorzien van banden met zacht rubber zodat ze voldoende grip hebben. Een zeer afwisselend landschap en beslist niet saai. Overal zien we de beroemde Alaska pipeline waar het zwarte goud doorstroomt van de olievelden in de poolstreek naar Valdez in het zuiden, waar de olie verscheept wordt. Als we aankomen vinden we geen normaal dorp, maar een enorme industriële plaats alleen voor het zwarte goud. Olie dus. Op de foto hotel Prudhoe Bay, hier kun je overnachten voor $ 135 per persoon in een double room. Lijkt wel een porta cabin. Gelukkig hoeven we hier niets te kopen of te slapen en na even wat rondgetoerd te hebben gaan we de terugreis beginnen. Onderweg gaat net voor ons een motorrijder onderuit. Gelukkig had hij zelf niets maar zijn BMW kon niet meer verder. Cilinderkop zwaar beschadigd, dus einde reis voor de jongeman. Erg sneu natuurlijk en dat 20 mijl voordat hij in Prudhoe Bay, het eindpunt van deze weg, het meest noordelijke punt van Amerika dat je over de weg kunt bereiken. 






Hotel???
Na een half uur kreeg hij een lift naar Fairbanks incl. de motor
Vies hè

Leiding voor het zwarte goud

Geen opmerkingen:

Een reactie posten