vrijdag 14 februari 2014

Juayua naar Sayaxche (El Salvador-Guatemala)


Ook de grensovergang tussen El Salvador en Guatemala verloopt vlot, al moesten we eerst wel drie kwartier wachten omdat de brug over de grensrivier afgesloten was.



Guatemala is het eerste land waar we een sticker achter de ruit geplakt krijgen als bewijs dat we toeristen zijn die hun auto tijdelijk ingevoerd hebben. We rijden door tot voorbij Guatemala stad waar we in een park voor dagjesmensen overnachten. Overdag druk maar ’s nachts niemand meer te zien dus lekker rustig. De volgende plaats is Antigua de Guatemala. Dit was vroeger de hoofdstad, maar na enkele aardbevingen is de hoofdstad verlegd naar het huidige Guatemala stad. Antigua is een leuk koloniaal stadje dat aardig authentiek gebleven is, zelfs Mc. Donalds is aangepast en valt niet op in het oude straatje. Ook verbazingwekkend hoe mooi deze van binnen is, het kan dus wel mooi zijn.


Binnenplaatsje bij McDonalds
Echt, toch een McDonalds




















We staan op het terrein van de toeristenpolitie en dat is gratis, dus we blijven een paar dagen. Ik smeer de auto door en vervang de remblokjes voor. Een van de achterrem trommels krijg ik niet los, dat moet dan later maar een keer.  Er staan nog een stuk of zes campers waaronder een Zwitsers stel waarmee we een avond gaan fonduen met echte Gruyère kaas.


Ik blijf ze gewoon mooi vinden

Uiteindelijk gaan we verder naar San Marcos aan het Lago Atitlán. Dit adres hadden we gekregen van de Zwitsers die we in Honduras waren tegengekomen. Moeilijk weggetje om er te komen maar zeker de moeite waard. De cabañas van Pierre staan op een schitterend plekje met prachtig uitzicht over het meer en de aan de overzijde liggende vulkanen.








































De cabañas worden bewoond door een aantal Amerikanen waaronder Bill (Wim) uit Groningen (hij woont overigens al meer dan 40 jaar in de States). We hebben geluk want ze hebben elke avond om 5 uur een happy hour, wat ze een sundowner noemen. We gaan met de boottaxi naar de dorpjes in de buurt en als het waait gaan die dingen flink te keer. Onze Amerkaanse vrienden halen ons over mee te gaan naar de barbecue op zondag aan de overkant van het meer. Dit is een zeer geslaagd uitstapje met natuurlijk weer een sundowner na. Ik had een flinke slok Bacardi rum op met als resultaat dat ik uit de camper rolde pardoes het talud af waar we op stonden. Gelukkig ben ik erg soepel en had ik enkel een geschaafde knie en een blauwe teen. De volgende morgen had ik een afspraak staan bij een masseur (eigenlijk ben ik toch niet zo soepel meer) en om 10 uur gaan we als groep nog een flinke wandeling langs het meer maken met een lunch bij een restaurant van een Duitser in Jaibolito. Dit kost Bernadette een grote fles bier na een weddenschap met Bill over de US ambassade in Nederland die er volgens Bernadette niet meer is (wel dus).

Geweldige barbeque
Wandeling met onze nieuwe vrienden





























Na een dag of 6 nemen we afscheid met een uitnodiging op zak om bij hun langs te komen als we in Washington state en Michigan in de buurt zijn. Om niet te ver te hoeven rijden gaan we op advies van Pierre naar Nebaj. Het is een vrij authentiek plaatsje waar geen westerlingen (Gringo’s) te vinden zijn. Er is een grote markt waar je echt alles kunt kopen. We slapen op de parkeerplaats van hotel Jleb al Tenam.

Semuc Champey is onze volgende bestemming. Onderweg in Cobán laat ik nog even olie verversen en de remtrommel los halen omdat me dat in Antigua niet lukte. Om in Semuc Champey te komen moeten we een bar slecht weggetje over wat ons veel tijd kost. Als we de volgende morgen een wandeling door het park naar de mirador en de meertjes gaan maken blijkt dat het zeer de moeite waard is.

Dat heeft veel zweet gekost om dit plaatje te maken

De rivier gaat onder deze meertjes door
Hier gaat de rivier de tunnel in










Op de achtergrong zie je de rivier die onder het plateau met de meertjes doorgaat





















Na het bezoek aan het park gaan we onderweg naar Tikal. Dat valt vies tegen. De weg is slecht, echt slecht, en we komen niet meer dan 10 km per uur vooruit. We besluiten toch maar een grotere weg te nemen als we daar de mogelijkheid voor hebben. Hierdoor komen we ’s avonds aan in Sayaxché, waar we in een hotel gaan overnachten.

1 opmerking:

  1. wat in moaie reis ha jimme, ik bin suver jaloersk. Anneke

    BeantwoordenVerwijderen