maandag 10 december 2012

Rio Gallegos - Los Antiguos (Argentinië)

In Rio Gallegos slapen we op het terrein van de plaatselijke visclub. Ze hebben er lekker warm water zodat we weer eens onder de douche kunnen. Verder is er natuurlijk weer niks en zijn we weer de enige bezoekers. Wel aardig van ze dat we er mogen staan.

We besluiten weer de oversteek te maken naar de Andes. Jo en Henny gaan weer naar hun geliefde plekje op de camping in El Calafate en wij natuurlijk weer naar ons plekje aan het Lago Roca. We rijden dit keer tot we niet meer verder kunnen. De weg loopt dood bij een Estancia. Onderweg zien we dat er nog een bergwandeling is naar Cerro de los Cristales. Een klim van 4 uur naar 1282 meter. Dat betekent een hoogteverschil van 1000 meter. Dat lijkt me wel wat. Eerst Bernadette met de E-reader gedropt op ons kampeerplekje. Na een kwartiertje stevig klimmen kom ik een viertal Belgen tegen. Ik vraag onnozel of het nog ver is naar de top waarop een van hen zegt, je bent nog maar net begonnen, wij zij al 7 uur onderweg. Oeps, ik dacht dat het 4 uur was voor een retourtje. Dat wordt weer stevig doorzetten. De Belg vertelde dat hij tot 1000 meter hoogte was gegaan en toen in de sneeuw terecht kwam en omgekeerd was. Dat moet ik dan ook maar doen. De uitzichten waren fantastisch. Op elke plek van de tocht had ik geweldig uitzicht over het Lago Roca en Lago Argentina met de Perito Moreno gletsjer. Ook hier staan weer bordjes dat je op moet passen voor de poema’s, het voelt toch een beetje niet lekker als je dan helemaal alleen op deze berg zit. De Belgen waren weg en verder heb ik niemand meer gezien. Het zou natuurlijk wel uniek zijn als je zo’n beest tegen komt. Gevaarlijk voor mensen zijn ze niet echt staat op de bordjes vermeld. Als je je maar groot maakt (dat valt voor mij dus niet mee) en net doet of je niet bang bent, dan nemen ze de benen wel. Tja, lekkere jongens die Argentijnen. Moe maar voldaan meld ik me, na de sneeuwgrens bereikt te hebben, weer bij Bernadette.













Ons volgende reisdoel is het Nationaal Park Perito Moreno. Niet te verwarren met de gletsjer met dezelfde naam. Het park ligt een paar honderd kilometer noordelijk van de gletsjer. De weg gaat spoedig over in een ripio weg, wat een onverharde weg is met erg veel wasbord effecten. De auto’s krijgen het zwaar te verduren, maar ja als je wat wilt zien moet je ook hier toch echt langs. Mijn banden worden al flink slechter al hebben we nog geen 14000 kilometer gereden. Een ander minpuntje van deze reis is de eeuwige wind die over de bergen jaagt. Jo en Henny hebben er flink last van. Wij iets minder omdat hun auto hoger en groter is dan die van ons. Ook met slapen hebben ze flink last en Henny heeft weer af en toe het gevoel dat hij weer op de boot zit tijdens de storm. Aangekomen bij het park worden we meteen verwelkomd door drie grote roofvogels. We zijn er niet zeker van maar het konden wel eens condors zijn. Het lukt Bernadette zelfs er een paar foto’s van te maken. Bij de ingang van het park laten we ze zien aan de parkranger en ja hoor het zijn inderdaad condors. Het weer is erg wisselvallig. We komen aan met een lekker zonnetje en als we  ’s morgens wakker worden sneeuwt het en een paar uur later is het weer lekker. Het park is zeer de moeite waard en er zijn mooie tochtjes met de auto te maken. Ook hier zitten poema’s, maar tot nu toe hebben we er geen gezien.







Na dit park gaan we naar Cueva de las Manos Pintados. Dit is een canyon met prehistorische schilderingen, veelal handen. Ze hielden de handen met gespreide vingers tegen de rotswand en met een rietje werd de kleurstof er dan overheen geblazen, zodat je een negatieve handafdruk op de rotswand krijgt. Ook zijn er jachttaferelen afgebeeld. Wat mij een beetje verbaast is dat ik zulke afbeeldingen al eerder in andere landen gezien heb. Rekening houdend met het feit dat deze al 9300 jaar oud zijn vind ik het een beetje verdacht dat de stijl van schilderen erg met deze andere rotsschilderingen overeen komt. Zal wel aan mij liggen want dit is een Unesco monument  en dan zal het wel authentiek zijn.






















We hadden van de Welsh beheerder van de camping in Monte Léon gehoord dat de weg lang de grens met Chili naar Los Antiguos erg mooi moest zijn. Dat klopt ook wel, maar de weg om daar te komen was niet best, nee beroerder hadden we nog niet gehad. We zijn blij met de stevige Toyota en dankbaar aan de Duitser die de opbouw voor ons in elkaar gesleuteld heeft. Uren over hobbelende wasborden en door kuilen en gaten. Aangekomen in Los Antiguos de schade maar eens opnemen. De zonnepanelen zitten niet echt vast meer, daar moet ik wat aan doen. Voor de rest valt het wel mee. In het plaatsje zijn wat asfalt wegen en als je daar dan overheen rijdt realiseer je weer hoe geweldig ons Nederlandse wegennet is. Afgezien van de wegen is dit een van de mooiere routes die we tot nu toe gereden hebben. Het klimaat in Los Antiguos aan het Lago Buenos Aires is erg mild en dat is te zien aan de prachtige rozen die hier staan.








We maken de brandstof tanks hier weer vol omdat de diesel in Chili aanmerkelijk duurder is dan hier. Natuurlijk eten we alles weer op wat niet mee over de grens mag.





2 opmerkingen:

  1. Hoi Ad &Bernadette,

    Weer mooie plaatjes van jullie gezien,hier ligt ook een beetje sneeuw.
    Zondag hebben we van de MG club een einde jaars borrel bij Hofman in Leek.

    Groetjes Hielke & Reina

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hoi Ad en Bernadette

    We genieten iedere keer weer van jullie prachtige reisverhalen en schitterende foto's. Erg leuk om jullie zo te volgen.

    Groetjes Geert en Els

    BeantwoordenVerwijderen